Roskam Moordkuil Jaargang 13, 2007

Nummer 33: de Nederlandse militaire (on)mogelijkheden

Het leger en ik passen niet goed bij elkaar, daar waren we twintig jaar geleden samen snel uit. Ik pas niet zo goed in structuren, vind dat mensen individuen zijn en niet bestaan uit groepen met nummers; bovenal heb ik een autoriteitsprobleem met klootzakjes die weinig kunnen, maar op basis van een streepje meer op hun schouder menen veel meer waard te zijn.
Ook heb ik een flinke aversie tegen alles wat militair is sinds de jaren zeventig toen een paar bijgoocheme generaals dreigend (tegen de linkse regering van Den Uyl) straaljagers (die wij als volk nota bene betalen) over het Binnenhof joegen. En ik heb over oorlogen vooral geleerd dat zulke wetteloze situaties niet het allerbeste in mensen losmaken. Ik vond militairen simpel volk dat vooral in kazernes thuishoort. En er wat mij betreft met hun porno, schietgeweren en andere prullaria daar vooral nooit meer uit zou moeten komen.

Mijn opinie veranderde radicaal halverwege de jaren negentig. Als verslaggever ging ik mee met de Nederlandse (Twentse) militairen die vanuit Italië boven het voormalige Joegoslavië gingen patrouilleren. Al mijn voordelen klopten… maar het betrof de Italianen. Juist de Nederlanders bouwden daar een zeer professioneel kamp op de basis Villafranca. Ik raakte diep onder de indruk van hun manier van werken. En ik was tot vorige week bijkans idolaat van Dick Berlijn, toen detachementcommandant, tegenwoordig de allerhoogste Nederlandse militair. Zag er goed uit, gaf vriendelijk doch beslist leiding, sprak met argumenten, wist goed uit te leggen waarmee de Nederlanders bezig waren. En afgezien van een enkeling waren ook de F16-piloten serieuze mensen die verder keken dan hun bommetjes en pistooltjes. Alleen met Tim Saft klikte het niet. De man die in 1992 zijn toestel in een Hengelose woonwijk parkeerde, heeft in de jaren daarna (hoewel hij dat herhaaldelijk heeft beloofd) nooit eens fatsoenlijk uitgelegd wat er is gebeurd op die zonnige dag en dat het hem spijt. Hij schijnt tegenwoordig zijn zakken bij een commercieel vliegbedrijf te vullen.

Tot mijn verbazing heeft Berlijn vorige week gezegd dat hij vindt dat Nederland in Afghanistan moet blijven. Ook deze topmilitair begrijp het uiteindelijk dus niet. Hij moet uitsluitend kabinet en parlement adviseren over de Nederlandse militaire (on)mogelijkheden. Ook zijn mensen bewijzen in Irak overigens met hun skibrilletjes dat ze het qua mensenrechten niet zou nauw nemen.

Als Berlijn al wat had moeten zeggen dan het volgende: ‘We moeten daar weg, het draait uit op een godsdienstoorlog en dat deugt per definitie niet. Bovendien hebben we gefaald in Indonesië, in Scebrenica. We kunnen geen oorlog winnen van mensen die zonder gewetensnood in een woonwijk een tankwagen tot ontploffing brengen. Daarvoor zijn we (gelukkig) te beschaafd. We moeten uit Afghanistan. Amerika voert net als in Vietnam een foute oorlog en we hadden hen nooit moeten volgen, dat is een historische fout geweest’. Maar nee, ook Berlijn wil weer zo graag… Jammer.

Vorige bijdrage

Nummer 31: Stuip met zijn vrouw in het KaDeWe

Volgende bijdrage

Nummer 34: Pim, kom alsjeblieft naar de Military

Jan Medendorp

Jan Medendorp

Jan Medendorp is gespecialiseerd (interviews, reportages, analyses, commentaren, columns) in sociaal- en financieel-economische onderwerpen, sport, politiek en human interest (voor krant, radio, televisie, maar ook bedrijfsfilms).

Nog geen reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.